Koerselpas.nl

hoofdpagina | even voorstellen | huisje huren | wandelreizen | vlinders | kajakvaren | stamboom | geografie | dammen | contact | mijn foto's | links

Geografie

Op deze pagina:

Algemeen

In dit deel zal ik een aantal geografische bijzonderheden en geodetische wetenswaardigheden onderbrengen. Te denken valt aan het geografische middelpunt van Nederland en andere landen. Het meest noordelijk, zuidelijk, westelijk of oostelijk gelegen fenomeen. Of het hoogste, diepste, grootste of kleinste. Ook zit ik te denken aan een overzicht van bijzondere geografische plaatsaanduidingen.

De boog van Struve

De geodetische boog van Struve staat sinds 2005 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Deze boog is in de eerste helft van de 19de eeuw de grondslag geweest voor een nauwkeurige berekening van van de grootte en vorm van de aarde. Vierendertig vaste punten, die zijn gebruikt voor de meting van de driehoeksketting, zijn in ere hersteld.

De geodetische boog van Struve strekt zich over een lengte van 2.800 kilometer uit van Hammerfest in Noorwegen tot aan de monding van de Donau in de Zwarte Zee. Ten tijde van de aanleg van de vaste punten en de metingen waren er slechts twee mogendheden bij betrokken, nl. het noors-zweedse koninkrijk met aan het hoofd koning Oscar I en het russische keizerrijk met de tsaren Alexander I en Nicolaas I. Heden ten dage loopt de boog van Struve door maar liefst tien landen. Dat zijn van noord naar zuid: Noorwegen, Zweden, Finland, Rusland, Estland, Letland, Litouwen, Belarus (Wit-Rusland), Oekraïne en Moldavië.


Markering vast punt op Hogland

Aan het begin van de 19de eeuw was er een grote behoefte aan goede topografische kaarten. Een goede geodetische grondslag ontbrak echter. Onder leiding van Wilhelm von Struve kwam er een graadmeting tot stand over de meridiaan van Tartu (26 graden en 43 minuten OosterLengte). De daarvoor benodigde metingen van de driehoeksketting strekten zich uit van het russische eiland Hogland in de Finse Golf tot Jekabpils in Litouwen.

Friedrich Georg Wilhelm von Struve heeft een duitse achtergrond. Hij is in 1793 geboren in Hamburg (Altona), maar ging studeren aan de Universiteit in Tartu (huidig Estland). Hij werd een vooraanstaand astronoom en was sinds 1820 als directeur verbonden aan het observatorium in Tartu. Later was hij als wetenschapper verbonden aan de Academie van Wetenschappen van Sint Petersburg en stichtte in de nabijheid het observatorium in Pulkovo. In 1859 is Struve aldaar overleden.

Carl Friedrich Tenner werd in 1783 geboren in Viru in het huidige Estland. Hij studeert geodesie in Sint Petersburg en hij krijgt in 1809 de opdracht om een triangulatienetwerk te realiseren van Sint Petersburg naar Tallinn en vervolgens naar Tartu. In 1816 begon hij met een triangulatienetwerk vanuit het huidige Litouwen. Deze driehoeksketting liep over de meridiaan van Vilnius en reikte van Belaya (Belarus; Wit-Rusland) tot Birzai (Litouwen)

In eerste instantie hadden Wilhelm von Struve en Carl Friedrich Tenner onafhankelijk van elkaar gewerkt, maar omdat de beide uiteinden van de driehoekskettingen dicht bij elkaar lagen besloot men in 1828 deze door metingen met elkaar te verbinden. Tenner was daarbij verantwoordelijk voor de geodesie en Struve voor de astronomie. Door deze samenwerking bereikte men in 1831 een boog van ruim acht graden.

Wilhelm von Struve slaagde erin de graadmeting uit te breiden tot de Noordelijke IJszee. Het monument Meridianstøttet op de foto bevindt zich in Hammerfest en staat daar aan het uiteinde van de driehoeksketting. Generaal von Tenner breidde de graadmeting naar het zuiden uit tot aan de monding van de Donau.

Het duurde tot het jaar 1855 voordat alle hiervoor noodzakelijke driehoeksmetingen waren uitgevoerd. In totaal werden er 258 driehoeken gemeten, die min of meer langs de meridiaan van Tartu (26 graden en 43 minuten OosterLengte) in Estland gelegen zijn. De graadmeting omvatte uiteindelijk een boog van ruim 25 graden. Door deze wetenschappelijk samenwerking kon er een nauwkeurige berekening van de grootte en vorm van de aarde plaatsvinden. De officiële naam was de Russisch-Scandinavische meridiaan graadmeting. Deze graadmeting is later echter bekend geworden als de Struve Arc (geodetische boog van Struve) en wordt als de moeder der triangulaties beschouwd.

Postzegels vertellen

De finse posterijen hebben in 2010 een postzegel uitgegeven ter herinnering aan de geodetische boog van Struve. Op het kaartje van Finland is de gemeten driehoeksketting ingetekend. De oranje rondjes geven de plekken aan, waar thans een vast punt van de graadmeting in ere is hersteld. Aan de linkerzijde van de zegel staan de geografische coördinaten en de namen van deze punten opgesomd.

Arago, de meridiaan van Parijs

Binnenkort zal ik over dit onderwerp een tekst en foto's plaatsen.

Het geografisch middelpunt van Finland

Het geografisch middelpunt van Finland bevindt zich in de gemeente Piipola, even ten westen van de finse A 4.


Fotografie Kristian Koerselman

Het geografisch middelpunt van Nederland

Er zijn meerdere plaatsen in Nederland, die beweren het middelpunt van Nederland te zijn. Op grond van een artikel in het nederlands geodetisch tijdschrift ga ik ervan uit dat het geografisch middelpunt zich in de nabijheid van Lunteren bevindt. Even ten oosten van Lunteren ligt een grote zwerfkei met inscriptie. Hoewel dit niet de exacte plek is die uit de berekeningen volgt, kun je die wel in de ruimste zin als zodanig beschouwen.


Hoogste, diepste, warmste, koudste, meest noordelijk, meest zuidelijk etc.


De lijst hieronder geeft een overzicht van de meest extreme fenomenen op aarde. Ik heb daarbij geen onderscheid gemaakt, of dit fenomen een bedenksel is van de mens of niet.

Op namen in blauwe tekst kun je klikken om meer informatie te krijgen.

extreem naam toelichting
hoogst gelegen stad Wenchuan, China 5.100 boven zeeniveau, in de Himalaya
koudst gelegen dorp Ojmjakon, Yakutsië -67,7° C, Siberië, Russische Republiek
meest noordelijke dorp Siorapaluk, Kalaallit Nunaat Groenland, 60 inwoners
meest noordelijke stad in Rusland Murmansk, Kola schiereiland 300.000 inwoners
meest oostelijke plek in van Europa Kaap Flissinski gelegen op Nova Zembla

Uitleg van geografische begrippen

Algemeen


Het is mijn bedoeling om op deze plek een aantal geografische begrippen op een eenvoudige manier nader uit te leggen.

Daarbij zal ik ook een aantal wetenswaardigheden vermelden.



Plaatsbepaling op de aarde


Inleiding



Behalve dat de aarde om de zon draait, draait de aarde ook om haar eigen as. De draaiïngsas van de aarde loopt van de Noordpool door het midden van de aarde naar de Zuidpool. De aarde maakt in 24 uur één omwenteling om haar eigen as.


Vorm van de aarde


Meestal wordt voor het gemak gezegd dat de aarde een bol is. Dat is echter niet helemaal correct. Je kunt dit goed begrijpen als je naar een globe van de aarde kijkt. Als je in de buurt van een pool bent, draai je in één dag in een cirkel rond die pool. Als je in de buurt van de evenaar bent, draai je op een grotere afstand van de draaiïngsas rond en beschrijf je een veel grotere cirkel. Omdat je er dan ook een dag over doet om één keer rond te draaien, doe je dit met een veel grotere snelheid. Je kunt dit ook zelf ervaren in een draaimolen; aan de buitenkant ga je veel harder dan aan de binnenkant van de draaimolen. Omdat de massa van de aarde bij de evenaar sneller ronddraait dan aan de polen is de aarde wat uitgedijd (dikker) bij de evenaar. De aarde is bij de polen wat afgevlakt. Als je de aarde precies door midden zou snijden langs de draaiïngsas, dan zie je geen cirkel, maar een uitgerekte cirkel, die we ellips noemen. In drie dimensies spreken we dan van een ellipsoïde.



Meridiaan en lengtegraden


Een meridiaan is een denkbeeldige lijn die van de Noordpool langs het aardoppervlak naar de Zuidpool loopt. Vanaf de Noordpool kun je zo ontelbare meridianen bedenken, die allemaal even lang zijn.

Als je van boven op de Noordpool van de aarde zou kijken zou je zo in alle richtingen lijnen kunnen tekenen, met de Noordpool als middelpunt. Dit is vergelijkbaar met de wijzer van de klok, die steeds een andere kant opwijst met het draaipunt van de wijzer als middelpunt.

De wijzer van de klok begint na de twaalf opnieuw te tellen. Dit is ook zo met de door de mens bedachte meridianen op aarde. De nul meridiaan loopt vanaf de Noordpool precies over het observatorium in Greenwich (dat even oostelijk van Londen is gelegen).

De volgende meridianen worden niet met cijfers aangeduid maar met het aantal graden die de betreffende meridiaan met de nul meridiaan maakt. Om die reden worden meridianen ook wel lengtegraden genoemd. Is het op de klok drie uur, dan maken de wijzers een rechte hoek, die we met 90 graden aanduiden. Bij de meridiaan spreken we van 90 graden Westerlengte. Overeenkomstig spreken we van 90 graden Oosterlengte als de meridianen een hoek van 90 graden maken vergelijkbaar met negen uur op de klok.

Staan de meridianen in elkaars verlengde (zes uur op de klok) dan is dat de meridiaan aan de overzijde van de aarde van 180 graden Westerlengte, die samenvalt met met de meridiaan van 180 graden Oosterlengte.


Parallel en breedtegraden


Loodrecht op de meridianen staan de parallelen, die ook wel breedtegraden worden genoemd. De langste parallel ligt het verst van bij polen af en wordt evenaar genoemd.
Evenwijdig aan de evenaar kun je evenwijdige lijnen tekenen. Dit zijn de parallellen of breedtegraden. De parallel van 45 graden Noorderbreedte ligt op die plek waar de lijn van die parallel naar het middelpunt van de aarde een hoek van 45 graden maakt met de lijn vanaf de evenaar naar het middelpunt van de aarde.

Zo kan je bedenken dat de Noordpool op 90 graden Noorderbreedte en de Zuidpool op 90 graden Zuiderbreedte ligt.


Samenvattend


De evenaar is de langste parallel (40.076,592 kilometer).

Zij verdeelt de aarde in het Noordelijke Halfrond en het Zuidelijke Halfrond.

De evenaar zelf is de breedtegraad van 0 graden.

Alle meridianen zijn even lang.

De nul meridiaan van Greenwich verdeelt de aarde in het Westelijk en het Oostelijk Halfrond.
Tegenover de nul meridiaan lig de meridiaan van de 180 graden (op de tekening aan de achterkant van de aardbol). De meridianen van 180 graden Oosterlengte en 180 graden Westerlengte vallen daar samen.
Deze meridiaan vormt de datumgrens. Dit houdt in dat het in het gebied westelijk van deze meridiaan een dag later is dan in het gebied ten oosten van de meridiaan.



Belangrijke Parallellen


Naast de evenaar (de langste parallel) zijn er nog een aantal van belang zijnde parallellen op aarde.

Dat zijn ten eerste de zogenaamde keerkringen.
De Noorderkeerkring, ook wel Kreeftskeerkring genoemd, ligt op ongeveer 23,5 graden Noorderbreedte en markeert de lijn met de hoogst mogelijke breedte, waar de zon loodrecht aan de hemel staat op of rond 21 juni.
De Zuiderkeerkring, of Steenbokskeerkring ligt hier diametraal tegenover op ongeveer 23,5 graad Zuiderbreedte. De zon staat hier rond 22 december loodrecht boven.
Het gebied tussen de twee keerkringen wordt als Tropen aangemerkt.

En dat zijn de twee poolcirkels.
De Noordpoolcirkel op ongeveer 66,5 graden Noorderbreedte en de Zuidpoolcirkel op ongeveer 66,5 graden Zuiderbreedte.
Op plaatsen, die op de poolcirkel zijn gelegen, komt de zon één maal per jaar niet op en gaat één maal per jaar niet onder. Als je verder in de richting van één van de polen komt wordt de periode van duisternis of voortdurend licht steeds langer. Op de polen zelf is het een half jaar licht en een half jaar donker.

Op de afbeelding is de situatie rond 22 juni weergegeven.

Plaatsbepaling op aarde


Met behulp van de parallellen en meridianen kun je de ligging van een plek op aarde aanduiden.

Je bepaalt eerst hoeveel graden Noorder- of Zuiderbreedte de bewuste plek op aarde ligt.

De breedte(ligging) is het aantal graden van de hoek die de lijn vanaf het te bepalen punt naar het middelpunt van de aarde maakt met de lijn vanuit het middelpunt naar de evenaar.

Zo ligt Amsterdam bijvoorbeeld op 52 graden en 22 minuten Noorderbreedte.

Op dezelfde wijze bepaal je de hoek tussen de lijn van je te bepalen plaats op aarde naar het middelpunt van de aarde met de lijn vanuit het middelpunt naar de nulmeridiaan van Greenwich.

Zo ligt Amsterdam op 4 graden 54 minuten Oosterlengte.

Je schrijft dit als: Amsterdam ligt op 52° 22' NB, 4° 54' OL.



Platentektoniek en vulkanisme


Algemeen

De aardkorst bestaat uit een aantal (12 grote en wat kleinere) segmenten (platen en ook wel aardschollen genoemd) die "drijven" op de enigzins vloeibare laag daaronder. De platen kunnen ten opzichte van elkaar uitéén drijven, tegen elkaar aan botsen of evenwijdig langs elkaar bewegen (schuren). Deze onderlinge bewegingen leiden tot aardbevingen, vulkanische aktiviteit, continentverschuiving en gebergtevorming.


Platentektoniek



Gebergten



Verwering, Erosie en Sedimentatie


Er zijn twee soorten krachten, die de aardkorst constant doen veranderen. Dat zijn enerzijds de endogene krachten, die van binnen uit de aarde werken zoals aardbevingen en vulkanen. Anderzijds zijn er de exogene krachten, die van buitenaf op de aardkorst inwerken. Erosie en verwering zijn twee verschillende exogene krachten.

Verwering ontstaat als gevolg van:
1. Grote temperatuur wisselingen
2. Het oplossen van stoffen in water
3. Water dat bevriest en weer smelt
4. De druk van de plantenwortels.

Erosie kan het gevolg zijn van:
1. De wind
2. Rivieren en beken
3. Het ijs van gletsjers
4. Uitspoeling door regenval
5. Zwaartekracht zoals bij lawines

Endogene en exogene krachten doen de aardkorst constant bewegen en veranderen.



Gesteentes



Gesteentes Algemeen


Onder gesteentes wordt het vaste consistente materiaal, waaruit de aarde is opgebouwd, verstaan. De gesteentes worden in drie hoofdgroepen onderverdeeld:

Stollingsgesteente dat ontstaatdoor het stollen van gesmolten gesteente (magma) uit een vulkaan.
Sedimentair gesteente door het bezinken of neerslaan van sedimenten.
Metamorf gesteente door het groeien van mineralen in een ander gesteente.


Stollingesteente



Sedimentair Gesteente


Op de foto de Pannenkoekrotsen in Nieuw-Zeeland.


Metamorf Gesteente



Op de foro marmer in Karelië Rusland.



Klimaat- en vegetatiezones



Inleiding


Wat verstaan we onder klimaat en wat is het verschil tussen klimaat en weer?

Onder klimaat verstaan we het gemiddelde weer over een periode van dertig jaar. Het weer beschrijft hoe de omstandigheden in de atmosfeer op een bepaald moment zijn. Het weer wordt beschreven aan de hand van de temperatuur, neerslag, windsterkte en -richting en uren zonneschijn. Het weer kan in een korte tijd omslaan en van aangenaam veranderen in onaangenaam. Het klimaat beschrijft hoe het weer gemiddeld is over een lange tijd. Het klimaat verandert dus niet zomaar. Wel zijn er tegenwoordig aanwijzingen, dat het klimaat op aarde verandert en warmer wordt.


Algemeen


Het klimaat is op de wereld wel van gebied tot gebied anders. Om orde aan te brengen in de verschillende klimaten wordt over het algemeen het klimaatsysteem van Köppen gehanteerd.

Wladimir Peter Köppen is een in Sint Petersburg geboren geograaf van duitse afkomst. Behalve met geografie hield hij zich ook bezig met meteorologie, klimatologie en botanie. Hij leefde van 1846 tot 1940.

In het klimaatsysteem van Köppen worden de klimaten in vijf hoofdgroepen onderverdeeld, die elk worden aangeduid met een letter.

De klimaten die op aarde voorkomen zijn verdeeld in vijf hoofdgroepen, die met de letters A t/m E worden aangegeven. Deze 5 hoofdklimaten worden weer verder onderverdeeld in subklimaten (aangeduid met kleine letters) op grond van kenmerken van de neerslag in deze gebieden.

Hieronder is dit in een overzicht weer gegeven.

Indeling Klimaatgebieden volgens Köppen

klimaattype benaming/onderverdeling omschrijving kenmerken/naam
A-klimaat Tropisch klimaat erg warm en nat nooit kouder dan 18° C
As-klimaat droge zomers komt nauwelijks voor
Aw-klimaat droge winters Savanneklimaat
Af-klimaat droogteperiode afwezig Tropisch regenwoudklimaat
B-klimaat Droog of aride klimaat warm en droog max. 400 mm neerslag per jaar
Bs-klimaat 200 tot 400 mm neerslag Steppeklimaat
Bw-klimaat 1x per jaar max 200 mm neerslag Woestijnklimaat
C-klimaat Zeeklimaat gematigd met seizoenen altijd kouder dan 18° C, maar in de koudste maand warmer dan -3 ° C
Cs-klimaat droge zomers Middellandse Zeeklimaat
Cw-klimaat droge winters Chinaklimaat
Cf-klimaat droogteperiode afwezig Gematigd klimaat
D-klimaat Landklimaat sterke seizoenswisselingen koudste maand kouder dan -3° C
Ds-klimaat droge zomers
Dw-klimaat droge winters Siberisch klimaat
Df-klimaat droogteperiode afwezig
E-klimaat Poolklimaat koud warmste maand kouder dan 10° C
Et-klimaat in de zomer tussen 0 en 10° C Toendraklimaat
Eh-klimaat Hooggebergteklimaat
Ef-klimaat temperatuur nooit boven 0° C Sneeuwklimaat


Poolklimaat




Algemeen Poolklimaat


Alle gebieden, waar het in de zomer niet warmer wordt dan 10 graden Celsius, worden tot het poolklimaat gerekend. Dit terwijl het in de winter kouder wordt dan 3 graden vorst. In grote delen van deze gebieden blijft het ook in de zomer vriezen. De neerslag is er in het algemeen gering. In andere delen wordt het in de zomer wel boven het nulpunt.


Sneeuwklimaat



Tundra Klimaat


De tundra is het koudste planten- en dierenleefgebied aan land. De gemiddelde temperatuur ligt het grootste deel van het jaar onder het vriespunt en er valt jaarlijks minder dan 250 millimeter neerslag. Dit dit strenge klimaat groeien er op de tundra nauwelijks bomen. Het woord tundra is afgeleid van het finse woord tunturia, dat "boomloze"vlakte betekent. De meest voorkomende planten in de toendra zijn korstmossen, mossen, grassen en struiken. Dieren zoals de ijsbeer en de poolvos hebben zich aan de korte zomers en lange donkere winters aangepast door rond te trekken en vetreserves voor het koude seizoen op te slaan.

In het systeem van Köppen wordt het toendraklimaat aangeduid met de letters Et. In de zomer in de zomer wordt het er nooit warmer dan 10° Celsius.

Doordat de temperatuur in de zomer boven het vriespunt komt, ontdooit de bovengrond. Dit maakt het mogelijk dat er zich een spaarzame vegetatie kan ontwikkelen.

De ondergrond bijft echter permanent bevroren, waardoor het smeltwater niet kan wegzakken en de bodem erg drassig wordt. Er ontstaan grote moerassen, waar veel muggen leven.

De grens met het continentale klimaat komt min of meer overeen met de boomgrens. Bomen heben om te kunnen groeien tenminste één zomermaand van boven 10 graden Celsius nodig. Of de bomen inderdaad met deze klimaatomstandigheden kunnen groeien hangt echter verder ook nog af van de bodemgesteldheid en de windsterkte.

Het toendraklimaat ontbreekt op het Zuidelijk Halfrond. Daar waar het zou kunnen zijn bevindt zich alleen maar zee.

Er leven verschillende volken in de toendrazone. In Canada en Groenland zijn dat de Inuit, die ook in de poolzone leven.

In Siberië in het noorden van Rusland zijn dat de Nenets (Joeraken is de oudere benaming). De Nenets waren oorspronkelijk een nomadisch volk dat van de rendierhouderij, visvangst en jacht leefde. Tegenwoordig zijn zij echter grotendeels sedentair, dat wil zeggen dat zij een levenswijze hebben, die wordt bepaald door het verblijf op dezelfde plaats (sedere betekent zitten). Zij behoren tot de Russisch-orthodoxe kerk maar sjamanistische gebruiken en voorstellingen zijn tot het heden behouden gebleven. Zij zijn taalkundig verwant met de Fins-Oegrische volkeren.

Was ist eine Tundra? Definition: Die Tundra Als Tundra oder auch Kältesteppe wird die baumlose Vegetationszone zwischen Taiga (Borealer Nadelwald) und Kältewüste bezeichnet. Der Begriff Tundra stammt aus dem Russischen und bedeutet "baumloses Hochland". Weltweit machen die Tundragebiete ungefähr zwischen 3-4% der Landesmasse der Erdoberfläche aus. Anhand der sogenannten Baumgrenze kann inetwa erkannt werden, wo die Taiga endet und die Tundra beginnt. Hinter der Baumgrenze wachsen wegen der klimatischen Bedingungen keinerlei Bäume mehr. Stattdessen bestimmen Flechten, Moose, Gräser, Farne, Kräuter und kleine Sträucher das Landschaftsbild der Kältesteppe. Das Fehlen von Bäumen hat seinen Grund: Der Permafrostboden (dauerhaft gefrorener Boden) verhindert einerseits das Bäume dort richtig im Boden Wurzeln schlagen können. Andererseits sind Bäume nicht fähig, Wasser aus gefrorenem Boden aufzunehmen, weshalb nur sehr widerstandsfähige Pflanzen auf dem eiskalten Boden gedeihen können. Die Temperatur beträgt in den Kältesteppen im Jahresmittel zwischen 15°C und -5°C. Es herrschen also fast das ganze Jahr über Minusgrade vor, mit z.T. deutlichen Schwankungen. In Sibirien sind Temperaturen bis zu -50°C möglich und Schnee liegt in der Regel mehr als acht Monate im Jahr. Trotz der kalten Umweltbedingungen leben in dortigen Habitaten einige große Säugetiere: u.a. Schneehase, Polarfuchs, Elche, Rentiere, Wölfe und sogar Eisbären. Weltweit wird, abhängig des Ortes, zwischen drei verschiedenen Tundren unterschieden. Der wesentliche Unterschied liegt im Artenvorkommen von Flora und Fauna. Die klimatischen Bedingungen unterscheiden sich dagegen kaum merklich. Antarktische Tundra: Tundren auf der Südhalbkugel (hauptsächlich die Antarktis; Ansonsten noch Feuerland, die Falklandinseln und weitere sub-antarktische Inseln) Arktische Tundra: Tundren auf der Nordhalbkugel (Alaska, Kanada, Skandinavien und Russland) Alpine Tundra: sämtliche Tundren in Gebirgen, abseits der arktischen- und antarktischen Kältesteppen (z.B. Anden, Alpen, Himalaya). Die jeweiligen Höhenlagen können sehr variieren: Ab etwa 2000m in den Alpen und ab 4000m im Himalaya.

A-klimaat (tropisch klimaat) De belangrijkste kenmerken van een tropisch klimaat zijn de hoge temperatuur (de gemiddelde minimale temperatuur is 18 graden Celsius of hoger!) gedurende het hele jaar en de ontzettend grote luchtvochtigheid. In streken met een tropisch klimaat komen voornamelijk tropische regenwouden voor (voor zover die niet gekapt zijn door mensen). Dit klimaat vind je vooral rond de evenaar. B-klimaat (droog klimaat) Het B-klimaat wordt, zoals de naam al zegt, vooral gekarakteriseerd door de grote droogte. Een B-klimaat is een klimaat waarin zo weinig regen valt dat er geen bomen kunnen groeien en er nooit constant rivieren kunnen bestaan (dat is dus echt heel weinig!). Er zijn in principe twee B-klimaten: het woestijnklimaat, dat echt gortdroog is, en het steppeklimaat, waar net een klein beetje meer water valt. Dit klimaat vind je in grote gordels noordelijk en zuidelijk van de tropische gebieden. C-klimaat (gematigd klimaat) In een C-klimaat valt gemiddeld over het jaar gemeten redelijk veel neerslag (dat had je zelf natuurlijk ook wel gemerkt, want Nederland ligt in een gematigde zone) en zijn de temperaturen ook niet al te extreem. In tegenstelling tot bij een A- of B-klimaat is er opeens sprake van duidelijke verschillen tussen zomer en winter, maar niet extreem. Gebieden met C-klimaat vind je voornamelijk langs de kust. D-klimaat (landklimaat) Bij een landklimaat valt er net als bij een gematigd klimaat redelijk veel neerslag, maar er zijn veel grotere verschillen tussen de zomer en de winter: de winters zijn veel kouder en de zomers warmer dan bij een C-klimaat. Landklimaat komt veel voor in gebieden ver van de kust vandaan. E-klimaat (poolklimaat) Het poolklimaat is eigenlijk in een woord samen te vatten: koud. ERG koud. In een poolklimaat is de hoogste temperatuur in de warmste maand niet meer dan 10 graden, en in de winter kan het met gemak vijftig graden vriezen (hebben wij het in Nederland even lekker warm.). Er groeien eigenlijk geen planten, hoogstens hier en daar wat mos. Voor andere planten is het te koud. Het poolklimaat komt, zoals de naam al zegt, voor rond de noord- en zuidpool van de aarde. In sommige hoge gebergtes (zoals de Himalaya in Azië) heerst ook een E-klimaat.

Hooggebergte klimaat


Ook op grote hoogte treffen we in de bergen koude gebieden aan.

Hoe hoger, hoe kouder De begroeiing in de bergen, als je hoog genoeg komt is er zelfs geen begroeiing maar eeuwige sneeuw. Dat komt omdat de temperatuur afneemt wanneer je hoger bent, 6. Graden per kilometer. Ook wel 1 graad per 100 meter.


Continentaal klimaat




Taiga


Taiga of boreaal woud is een bioom dat wordt gekenmerkt door uitgestrekte, koude en vochtige naaldwouden. Het Russische woord tajgá, dat naaldwoud betekent, is afkomstig uit het Mongools.


Zonnewarmte


Niet overal op aarde vallen de zonnestralen onder dezelfde hoek in. Dit heeft gevolgen voor de hoeveelheid warmte die een bundel zonnestralen afgeeft aan het aardoppervlak.

In de tekening zie je dat de lage zonnestand in situatie C ertoe leidt dat dezelfde hoeveelheid zonne energie over een grotere oppervlakte wordt verdeeld dan in situatie A.
Situatie A doet zich voor in de tropen waar de zon om 12 uur 's-middags bijna loodrecht invalt. De aarde warmt hierdoor stevig op.
Situatie C doet zich bijvoorbeeld voor in Nederland of op plekken, die nog noordelijker zijn gelegen. De aarde warmt hier minder op en het zal er kouder blijven.

Samenvattend kun je zeggen dat op het Noordelijk Halfrond de naar het noorden afnemende invalshoek van het zonlicht de instraling op het aardoppervlak doet afnemen.

Er is nog een tweede effect waardoor het steeds noordelijke minder warm wordt. Dit komt omdat door de steeds schuinere invalshoek er steeds meer warmte wordt gereflecteerd.

Een derde warmtetemperend effect is dat de lichtstralen bij een schuinere invalshoek een langerer weg door de atmosfeer moeten afleggen, voordat ze de aarde bereiken. Hier gaat meer lichtenergie verloren.



Corioliseffect


Met het corioliseffect wordt de afbuiging van de baan van een voorwerp dat binnen een roterend systeem beweegt verklaard.

De Franse ingenieur Gustave-Gaspard Coriolis beschreef dit effect in 1835 voor het eerst.

Het is vooral duidelijk te merken bij de beweging van de wolkenmassa's rond een lagedrukgebied. De wolken stromen niet recht naar het centrum van dit lagedrukgebied, maar beginnen eromheen te cirkelen.

Op het noordelijk halfrond tegen de wijzers van de klok in en op het zuidelijk halfrond met de wijzers van de klok mee.

Een hogedrukgebied kent hetzelfde effect maar met een draaiïng in tegengestelde richting.

Dit staat bekend als de wet van Buys Ballot.



Hoogteverschillen en Gebergten


Algemeen


Op de landoppervlakte van de aarde zijn er veel hoogteverschillen in het landschap. Deze hoogteverschillen in het landschap noemen we reliëf.

Afhankelijk van de hoogteligging ten opzichte van zeeniveau zijn er vier categorieën.

Laagland met een hoogteligging beneden 200 meter boven zeeniveau, veelal bestaande uit laagvlaktes.

Heuvelland met een een licht glooiend landschap; een hoogteligging boven de 200 meter maar met heuvels niet hoger dan 500 meter boven zeeniveau.

Middelgebergte is een gebied met bergen en een hoogteligging tussen 500 en 1.500 met boven zeeniveau.

Hooggebergte is een bergachtige streek met hoge bergtoppen en een hoogteligging boven 1.500 meter.



Kusten



Algemeen


Er zijn verschillende kustvormen te onderscheiden, zoals bijvoorbeeld de haffenkust, fjordenkust, waddenkust, riakust en klifkust.


Kustvorming


Door de kracht van de golven van het zeewater veranderen kusten voortdurend van uiterlijk en vorm. Sommige kusten worden erdoor afgebroken, terwijl andere er juist door worden opgebouwd.

Door de wind ontstaan er rimpels in het water. Daardoor krijgt de wind meer grip op het water en worden de rimpels groter en groter, zodat er golven ontstaan. De waterdeeltjes in de golf draaien rond en bewegen richting de kust. Door de wrijving met de (oplopende) bodem wordt de snelheid van de golf afgeremd. De energie, die in het water zit, moet ergens naartoe en zorgt ervoor dat de golf zich begint op te stapelen. De golf breekt uiteindelijk vlak bij het strand, loopt het strand op en laat wat zand achter. Het water stroomt weer terug naar zee maar neemt ook wat zand mee. Het hangt af van de kracht van de terugstroom of er per saldo meer of minder zand op het strand wordt gesedimenteerd. Bij een zwakke terugtroom slibt de kust dus aan en kunnen er zandbanken ontstaan. Deze zandbanken kunnen vervolgens bij eb droogvallen en overgaan in strandwallen en door de invloed van de wind ontstaan kustduinen.



Haffenkust


De zuidkust van de Oostzee is het beste voorbeeld van een Haffenkust. Een haf is een groot strandmeer, waarin een rivier uitmondt en waarbij het meer door een schoorwal is afgesloten van de zee.

Op de grens van Duitsland en Polen ligt een dergelijk haf. Het haf wordt gevuld met water uit de rivier de Oder (pools Odra). De naam van het haf is Oderhaf, maar het wordt ook wel Stettiner Haf genoemd, vanwege de nabijgelegen poolse stad Szczecin (Stettin).

Het Oderhaf wordt van de Oostzee, hier Pommersche Bocht geheten, afgesloten door twee eilanden. Dat is het duitse eiland Usedom en het poolse eiland Wolin.

Meer oostelijk op de grens van Polen en Rusland ligt het Wislahaf (van de Bocht van Gdansk gescheiden door de Wisla schoorwal)

Wat noordoostelijk hiervan het Koerse Haf dat door de Koerse Schoorwal is afgesloten van de Oostzee.

De naam van het haf is ontleend aan het Baltische volk (de Koeren), dat aan de kust van de Oostzee woonde. Vanuit het binnenland monden zowel de rivier Minija als de grensrivier tussen Litouwen en Kaliningrad de Nemunas (duits Memel) uit in het haf.

Aan de noordzijde, bij de stad Klaipeda (duits Memel), wordt het water verder afgevoerd naar de Oostzee.

De Koerse Schoorwal is feitelijk een landtong met maar liefst een lengte van 98 kilometer. De landtong is erg smal. Op het smalste punt is dat 350 meter, terwijl de landtong vrijwel nergens breder is dan 3 kilometer. De zuidelijke helft (46 km) van de schoorwal ligt in de Russische exclave Kaliningrad, terwijl de noordelijke helft (52 km) in Litouwen is gelegen.

Op de landtong is een duin- en boslandschap te vinden, met duinen die tot de hoogste van Europa behoren. Deze duinen verstuiven continu: het duinlandschap is gedurende de eeuwen alleen intact gebleven door menselijk ingrijpen.


Klifkust


Een klifkust is een steile kust, die ontstaat door afkalving van de gesteenten, waaruit de rotsen bestaan. Het is een voorbeeld van een transgressiekust, wat betekent dat de kustlijn zich landinwaarts verplaatst.

De golven dan de zee tasten een zwakke plek in het vaste gesteente aan. Het gesteente wordt steeds verder uitgehold. Een scheur in de rotsen erodeert zo tot een brandingsnis en zo kunnen zelfs grotten ontstaan. Bij smalle landtongen kunnen deze grotten doorbreken en ontstaan er overspanningsbogen. Na weer een periode van erosie storten de overspanningsbogen in. Er resteert dan een alleenstaande pilaar, die op zijn beurt ook weer door de golven zal verdwijnen.

De kustlijn wijkt steeds wat terug, waardoor het proces steeds verder door kan gaan. Het erosieproces stopt echter zodra er aan de voet van de rotswand een brede vlakke strook met sedimenten is ontstaan. De golven raken hun energie dan kwijt op deze strook en zullen de rotsen niet verder aantasten.

De foto hiernaast is van de Durdle Door gelegen aan de Jurassic Coast (Dino kust) in Zuid-Engeland.



Geo of Gio


Een geo of gio is een smalle diepe inham (kloof) in een klif- of rotskust. De inham is door de werking van de golven uitgeslepen langs de grens van twee gesteentelagen.

Dergelijke geo's of gio's komen voor langs de kusten van de Shetland en Orkney eilanden in Schotland. Ook in Gjogv in de Faroer is een dergelijke geo te vinden.




Blaasgat



Een blaasgat ontstaat wanneer zeegrotten landinwaarts en in een verticale schacht tot aan de oppervlakte groeien. Zodra golven de mond van de grot bereiken, wordt het water omhoog getrechterd in de richting van het blaasgat. Uit blaasgaten kan soms een sterke waterzuil ontsnappen. zoals bij fontein.

Sommige van de bekendste blaasgaten bevinden zich in de buurt van Flagstaff, Arizona, in de Verenigde Staten. Het grootste blaasgat ter wereld is waarschijnlijk dat bij Kiama, Nieuw-Zuid-Wales, in Australië.


Water


Algemeen


Zonder de aanwezigheid van water zou er geen leven op aarde mogelijk zijn. Maar liefst 72% van de oppervlakte van de aarde wordt door water bedekt. Dit water bevindt zich in de oceanen, zeeën, meren en rivieren. Ook bevindt een deel van het water op aarde zich in de bodem. In koude gebieden is water aanwezig in de vorm van ijs.


Waterkringloop

Het in oceanen en zeeën verzamelde water wordt door de zon verwarmd en verdampt voor een deel. Bij deze verdamping stijgt de lucht omhoog omdat warmere lucht lichter is dan koudere lucht. Daardoor worden er wolken gevormd met veel watermoleculen. Door de verplaatsing van lichte en zwaardere lucht ontstaan er luchtstromen, waardoor de wolken naar het land geblazen worden.

Als de druppels water in een wolk te groot en te zwaar worden, vallen ze naar beneden op de aarde in de vorm van regen. Dat gebeurt vaker als de wolk door de wind tegen een berg (of andere verhoging in het landschap) wordt geblazen. De wolk moet dan opstijgen en kan dan minder water(damp) bevatten.

Als de temperatuur in de wolk onder 0° (graden) Celsius komt, worden de regendruppels hard. Daardoor vallen ze op de aarde in de vorm van hagel of sneeuw.

Rivieren zorgen ervoor dat de gevallen neerslag (regen, hagel of sneeuw) in hogere gebieden terug kan stromen naar de zee of oceaan, waarmee de waterkringloop rond is.


Oceanen en zeeën


Er zijn op de aarde vijf oceanen, namelijk de Grote of Stille Oceaan, de Atlantische, de Indische, de Zuidelijke of Antarctische Oceaan en de Noordelijke IJszee (Arctische Oceaan). In deze vijf oceanen bevindt zich 97% van al het water op aarde.

Van de resterende 3% bevindt zich 2% in bevroren toestand in de ijskappen en 1% bevindt zich in rivieren, meren het het grond- en bodemwater.

De oceanen staan met elkaar in verbinding. Door elke oceaan trekken reusachtig sterke oppervlaktestromingen. In diepere lagen van de oceaan vormen zich hierdoor weer langzamere stromingen. Deze stromingen zijn van belang voor de uitwisseling van voedingsstoffen en sedimenten.

De vijf oceanen van de wereld

naam oceaan oppervlakte
Grote of Stille Oceaan (Pacific) 155.557.000 km²
Atlantische Oceaan 76.762.000 km²
Indische Oceaan 68.556.000 km²
Zuidelijke of Antarctische Oceaan 20.327.000 km²
Arctische Oceaan of Noordelijke IJszee 14.056.000 km²


Zeestraten


Een zeestraat, zeegat of zee-engte is een smalle doorgang tussen twee zeeën en daarmee tevens de scheiding tussen twee landmassa's.

Zeestraten zijn essentieel voor de scheepvaart en daarmee van groot economisch en militair belang.

De beroemdste zeestraten in Europa zijn de Straat van Gibraltar, de Bosporus en de Sont, die alle drie de enige waterverbinding vormen met een grote binnenzee.


Rivieren



Inleiding


Rivieren, wat kun je daar nu over vertellen? Niet zo veel denk je op het eerste moment, maar als je een atlas pakt en de rivieren op de kaart opzoekt, komen er toch een aantal vragen naar boven.

Wat is de langste rivier?
Waar komt het water vandaan?
Hoe snel stroomt een rivier?
Waarom zitten er bochten in een rivier?.

En zo zijn er nog wel meer vragen te bedenken.



Het nut van rivieren


Rivieren vormen een onmisbare schakel ik de waterkringloop op aarde.
Daarnaast vervullen zij een belangrijke rol bij het vervoer van goederen door schepen.
Omdat een rivier altijd van hoger gelegen gebieden naar lager gelegen gebieden stroomt kan het water gebruikt worden voor de drinkwatervoorziening of beregening van akkers, als in het betreffende gebied in een periode een tekort aan water is.
Ook is het op sommige plekken mogelijk om het water tegen te houden door een stuwdam in de rivierloop te bouwen. Door het water uit het gevormde stuwmeer langs een generator te laten stromen wordt er energie (electriciteit) opgewekt.


Stroomgebied

Onder het stroomgebied van een rivier wordt het gehele gebied verstaan, van waaruit de neerslag door dezelfde (hoofd)rivier naar zee wordt afgevoerd. De meeste rivieren hebben zijrivieren, dat wil zeggen dat het water van kleinere rivieren eerst in de hoofdrivier stroomt, om samen in de zee uit te moneden.

Een voorbeeld is de Rijn, die begint uit het smeltwater van de Gotthard gletscher in Zwitserland. Stroomafwaarts komen een aantal rivieren uit in de Rijn, zoals de Neckar bij Mannheim, de Main bij Mainz en de Moezel bij Koblenz. Ook de gebieden, waarvan de gevallen neerslag via de zijrivieren wordt afgevoerd, behoren bij het stroomgebied van de hoofdrivier.

Enkele stroomgebieden in Europa

naam rivier oppervlakte lengte rivier debiet
Donau 817.000 km² 2.850 km. 6.430 m³/sec
Rijn 225.000 km² 1.326 km. 2.500 m³/sec
Rhône 98.000 km² 812 km. 1.820 m³/sec
Po 71.000 km² 652 km. 1.540 m³/sec



Waterscheiding

De grens tussen twee stroomgebieden noemen we waterscheiding. Meestal is dat een kleinere of grotere heuvel- of bergrug in het terrein. Aan de ene kant van de rug stroomt het water naar de ene hoofdrivier en vanaf de andere kant naar een andere hoofdrivier.

Binnenscheepvaart



Inleiding


De mens maakt gebruik van de rivieren om goederen per schip te vervoeren van de ene plaats naar de andere plaats. Lang niet alle rivieren zijn voor (vracht)schepen bevaarbaar. Er moet voldoende diepgang in de rivier zijn voor de scheepvaart. Door het ingrijpen van de mens kan er soms voor gezorgd worden dat er toch scheepvaart mogelijk is op de betreffende rivier.

Opwekking van energie

In de bergen en heuvels stromen de rivieren behoorlijk snel, omdat zij over een korte afstand flink dalen. Door de grote stroomsnelheid schuurt het water diepe kloven en dalen uit.
Door op een plek, waar de kloof of het dal in verhouding smal is, een stuwdam te bouwen, wordt het water achter deze dam verzameld in het zogenoemde stuwmeer. Het water wordt door een smalle buis geleid. Op deze wijze levert het water een grote kracht waarmee een turbine wordt aangedreven (die gaat ronddraaien). Aan de turbine is een generator gekoppeld, die vervolgens de electriciteit opwekt. Het water wordt daarna afgevoerd via de oude rivierloop. We noemen deze vorm van energieopwekking ook wel "witte steenkool".


Stuwdammen

In beginsel zijn er twee soorten stuwdammen te onderscheiden. De eerste soort is de gewichtsdam. Bij dit soort van dam bestaat de kern uit een ondoorlatend materiaal, zoals beton of klei. De zijden van de kern worden verstevigd met stenen, zand en klei. Deze dammen hebben een brede basis en houden het gestuwde water tegen op basis van het gewicht van de dam. Een voorbeeld van een dergelijke dam is de Norakdam die in de rivier de Vachsj in Tadzjikistan is aangelegd. De dam is 304 meter hoog en daarmee één van de hoogste ter wereld. Het stuwmeer heeft een oppervlakte van 98 vierkante kilometer en een inhoud van 10,5 kubieke kilometer. Een ander voorbeeld van een gewichtsdam is de Aswandam in de Nijl in Egypte.

Een tweede soort stuwdammen zijn de boogdammen. Deze dammen zijn gemaakt van gewapend beton en kennen een gebogen vorm om de druk van het water op te kunnen vangen. De "spatkracht"van het water wordt via de boog afgeleid naar de zijkanten. Deze constructie kan alleen als de zijkanten uit stevig materiaal bestaan, die de grote krachten kunnen opvangen.

Een voorbeeld van een boogdam is de Sajano-Sjoesjenskaja in de rivier de Jenisej in Rusland.

De langste rivieren

nummer naam rivier continent lengte
1 Nijl Afrika 6.695 km.
2 Amazone Zuid-Amerika 6.448 km.
3 Yangzi Jiang Azië 6.380 km.
4 Mississippi Noord-Amerika 6.051 km.
5 Jenisej Azië 5.540 km.
6 Ob Azië 5.410 km.
7 Amoer Azië 5.052 km.
8 Gele Rivier Azië 4.845 km.
9 Congo Afrika 4.835 km.
Donau Europa 2.857 km.
Murray Australië 2.508 km.
Rijn Europa 1.233 km.


Onder aan de lijst heb ik de Donau en de Rijn toegevoegd. Zo zie je in één oogopslag, dat deze europese rivieren in verhouding niet zo héél lang zijn. De langste rivier van Australië is de Murray.


Meren



Inleiding

De grootste meren

nummer naam meer continent oppervlakte
1 Kaspische Zee Azië 371.000 km²
2 Lake Superior (Bovenmeer) Noord-Amerika 82.103 km²
3 Victoriameer Afrika 69.485 km²
4 Huron Meer Noord-Amerika 59.570 km²
5 Michigan Meer Noord-Amerika 57.866 km²
6 Tanganyikameer Afrika 32.893 km²
7 Bajkalmeer Azië 31.500 km²
8 Great Bear Lake Noord-Amerika 31.328 km²
9 Malawimeer Afrika 28.880 km²
10 Great Slave Lake Noord-Amerika 28.568 km²
Ladogameer Rusland, Europa 18.130 km²
Titicacameer Zuid-Amerika 8.135 km²
Lake Eyre Australië --- km²

Eilanden



Inleiding


Een eiland kan omschreven worden als een landoppervlakte dat aan alle kanten omgeven is door water. De landoppervlakte moet dan wel kleiner zijn dan een continent en groter zijn dan een zandbank of ee alleenstaande rots.

Op dezelfde wijze is een schiereiland omschreven als een landoppervlakte dat aan drie zijden door water is omgeven. Bovendien moet de landengte waarmee het met de aanliggende landoppervlakte is verbonden niet te breed zijn in verhouding tot de grootte van het schiereiland.




De grootste eilanden

nummer naam eiland continent oppervlakte
1 Groenland Noord-Amerika 2.130.800 km²
2 Nieuw Guinea Azië 785.753 km²
3 Borneo (Indonesië) Azië 743.330 km²
4 Madagaskar Afrika 587.713 km²
5 Baffin Island Noord-Amerika (Canada) 507.451 km²
6 Sumatra (Indonesië) Azië 443.066 km²
7 Honshu (Japan) Azië 227.962 km²
8 Victoria Island Noord-Amerika (Canada) 217.291 km²
9 Groot-Brittannië Europa 216.777 km²
10 Ellesmere Noord-Amerika (Canada) 196.236 km²


De (grootste) schiereilanden

nummer naam eiland continent oppervlakte
1 Arabisch Schiereiland Azië 3.237.500 km²
- Iberisch Schiereiland (Spanje, Portugal) Europa 582.530 km²
- Apennijns Schiereiland (Italië) Europa km²
- Cornwall (Engeland) Europa 3.562 km²
- Florida Noord-Amerika 170.451 km²
- Jutland (Denemarken) Europa 29.775 km²
- Kamtsjatka Azië 472.300 km²
- De Krim Europa 27.000 km²

Woestijnen

Een woestijn is een gebied waar jaarlijks minder dan 200 milimeter neerslag valt.

Er zijn 5 soorten woestijnen te onderscheiden: zandwoestijn, rotswoestijn, grindwoestijn, zoutwoestijn en ijswoestijn.

De grootste woestijnen

nummer naam woestijn continent oppervlakte
1 Antarctica Antarctica 13.829.430 km²
2 Arctis (Noordpool) Noord-Amerika, Azië, Europa 13.726.937 km²
3 Sahara Afrika 9.400.000 km²
4 Arabische Woestijn Azië 2.330.000 km²
5 Gobi Woestijn, Takla Makan Azië 1.300.000 km²
6 Kalahari (Namib Woestijn) Afrika 900.000 km²
7 Patagonische Woestijn Zuid-Amerika 673.000 km²
8 Grote Victoria Woestijn Oceanië 647.000 km²
9 Grote Bekken Woestijn (Great Basin) Noord-Amerika 520.000 km²

Poolgebieden



Inleiding

De poolgebieden op aarde vallen in de categorie ijswoestijnen. Dit betekent dat er minder dan 250 millimeter neerslag per jaar valt en dat de gemiddelde temperatuur in de warmste maand beneden de tien graden Celsius blijft.

Er zijn twee poolgebieden namelijk Arctis (Noordpoolgebied) en Antarctica (Zuidpoolgebied).

Door de extreme koude weersomstandigheden groeien er nauwelijks planten in de poolgebieden. Wel zijn er enkele diersoorten, die onder deze omstandigheden op het "land" kunnen overleven. In Arctis zijn dat ijsberen en in Antarctica zijn dat de pinguïns.

Beide polen zijn bedekt met dikke massa's sneeuw en ijs, die met ijskappen worden aangeduid. Maar liefst 75% van het zoete water op aarde is hierin opgeslagen. Door hogere zomertemperaturen en stromingen in de oceaan wordt het ijs aan de rand van de ijskappen afgebroken. Er vormen zich ijsbergen, die drijvend op de oceaan steeds verder afsmelten. Het zoete water van deze ijsbergen blijft drijven op het zwaardere zoute water van de oceaan. Het zoete water bevat veel voedingsstoffen, waardoor het water heel veel plankton bevat. Dit plankton is weer het voedsel voor vissen, zeehonden en vogels.


Arctis of Noordpoolgebied

Ondanks de moeilijke leefomstandigheden in het Noordpoolgebied leven er toch nog 100.000 mensen, die behoren tot het Eskimo volk. De mensen in Canada en Groenland noemen zichzelf liever Inuit (wat in hun eigen taal "echte mensen" betekent). Het volk wordt in Siberië en Alaska ook wel Joepik (engels Yupik) genoemd.

De Inuit leven van de visvangst en de jacht op zeehonden en ijsberen. Bij de jacht op zeehonden, zeeleeuwen en walvissen varen ze in kajaks. Soms kantelen deze kajaks, maar door hun behendigheid kan de kajakvaarder de kajak over de lengte-as 360 graden draaien en komt de kajakvaarder weer boven water. We noemen dit "eskimoteren".

De Inuit bouwen een onderkomen van ijsblokken om veilig te kunnen slapen. Een dergelijke ijshut wordt igloo genoemd.

De tekening van de doorsnede van een igloo laat zien dat de ingang lager ligt dan het verblijfs- en slaapgedeelte. De warmte blijft op deze manier "hangen"in deze ruimte, omdat warme lucht lichter is dan koude lucht. In het dak worden luchtgaten aangebracht voor de ventilatie.


Antarctica of Zuidpoolgebied

In Antarctica wonen in tegenstelling tot het Noordpoolgebied geen mensen. Het (zesde) continent ligt permanent onder een ijskap. Het pakijs is op sommige plaatsen wel 4 kilometer dik. Door het grote gewicht, wordt het landoppervlak samen- en naar beneden gedrukt, waardoor delen van het continent onder de zeespiegel liggen.

De gletsjers en het afsmelten ervan behoren tot een natuurlijke kringloop. In eerste instantie valt er sneeuw in het gebied van Antarctica. Deze sneeuw pakt samen tot ijs en dat ijs is weer onderdeel van een gletsjer. Alle gletsjers op Antarctica stromen heel langzaam in de richting van de zee.

Sommige gletsjers lopen uit in zee. Aan het einde ontstaan dan ijsplaten, die wel tot één kilometer dik kunnen zijn. Van de ijsplaat breekt af en toe een stuk af, dat dan verder smelt in het water. Het zeewater verdampt deels en uit de vochtige lucht valt neerslag (in de vorm van sneeuw) op het continent. Als een gletscher in balans is valt er evenveel sneeuw op de bovenkant van de gletsjer, als dat er ijs aan het uiteinde afsmelt.

De ijsplaten brokkelen niet alleen af aan de uiteinden, maar smelten ook aan de bovenkant door de relatief warmere winden, die er overheen blazen. Echter ook aan de onderkant smelten de ijsplaten af. Het diepe zoute water stroomt over de zeebodem naar de kust. Dit zoute water komt daar in contact met de onderkant van de ijsplaat. Het contact tussen de bodem en het ijs wordt daardoor landinwaarts gedrongen.

De ijsplaat drijft daardoor voor een groot deel in het water, waardoor het afbreken van de ijsplaat geen invloed op de hoogte van de zeespiegel.

Begrippenlijst


blaasgat

breedtegraden

corioliseffect

debiet

delta

erosie

geo of gio

gebergte

eiland

evenaar

haffenkust

keerkring

klifkust

Kreeftskeerkring

kusten

kustvorming

lengtegraden

meren

meridiaan

Noordelijk Halfrond

Noorderkeerkring

oceanen

Oostelijk Halfrond

parallel

Poolgebieden

rivieren

schiereiland

Steenbokskeerkring

stroomgebied

stuwdammen

verhang

verval

verwering

wadi

waterkringloop

waterscheiding

Westelijk Halfrond

woestijnen

zeeën

Zuidelijk Halfrond

Zuiderkeerkring



Wetenswaardigheden van geografie per regio

Algemeen



Barentszzee en omstreken

Barentszzee


De Barentszzee is een deel van de Noordelijke IJszee. In het zuiden wordt de zee begrensd door Noorwegen (Finnmark) en Rusland (Kola schiereiland). In het noorden en oosten door de eilandengroep Spitsbergen (Svalbard), Franz Josefland en Nova Zembla.

Ten zuiden van Spitsbergen ligt nog het Bereneiland (Bjørnoya).

De zee is vernoemd naar de nederlandse zeevaarder en expeditieleider Willem Barentsz. Hij maakte drie zeereizen om de noordoostelijke doorvaart te vinden naar Indië. Hij ontdekte Bereneiland en Spitsbergen en verkende de kust van Nova Zembla.

Bij zijn derde reis bereikte Barentsz met zijn schip met kapitein Jacob Van Heemskerck de noordoostelijke punt van Nova Zembla.

Hij noemde deze kaap in 1596 't Vlissinger Hooft. Tegenwoordig heet deze kaap Mys Flissingski en is de meest oostelijke punt van het europeese continent.

Niet veel later kwam Barentsz met zijn schip vast te zitten in het pakijs.

Van het hout van het kapotgebeukte schip bouwden zij "Het behouden Huys". Zij brachten hier tussen 12 oktober 1596 en 13 juni 1597 onder erbarmelijke omstandigheden de winter door. In de lente werd een sloep gebouwd, waarmee de bemanning terugkeerde naar het Kola schiereiland. Barentsz overleed door uitputting een week na vertrek met de sloep op 20 juni 1597. In totaal overleefden 12 van de 17 bemanningsleden de barbaarse tocht.



Nova Zembla


Nova Zembla is een eilandengroep, die gelegen in de Noordelijke IJszee, behoort tot de Russische Republiek. Zij scheidt de Barentszzee in het westen van de Kara Zee in het oosten.
De archipel bestaat onder meer uit twee grote eilanden, die door de nauwe zeestraat Matochkin Shar van elkaar gescheiden zijn.
Het noordelijke Severny-eiland is het op één na grootste eiland van Rusland. Op het zuidelijk Joezjny-eiland ligt de hoofdplaats Beloesja Goeba.
Wat zuidelijker en gescheiden door de Karische Poort (zeestraat met een breedte van 45 kilometer) ligt het eiland Vajgatsj.

Nova Zembla is erg bergachtig. In geologisch opzicht is het de noordelijke voortzetting van het Oeral-gebergte en de Pak Khoy bergrug.

De bergen op Nova Zembla bereiken een hoogte van 1070 meter. Het noordelijke eiland Severny bezit veel gletsjers, terwijl het zuidelijke meer een toendraklimaat heeft. Men vindt er natuurlijke mineralen als koper, lood en zink.

Op de noordpunt van het noordelijke eiland Severny wordt Mys (kaap) Zhelaniya aangemerkt als de scheiding tussen de Barentsz- en de Kara Zee. Hier staat tegenwoordig een volautomatisch weerstation van Rusland.
In september 2005 is er een monument ter nagedachtenis aan Willem Barentsz geplaatst. Willem Barentsz had deze kaap ook al opgemerkt en daaraan de naam "Hoeck der Begeerte" gegeven.

De foto vanuit de lucht is naar het zuiden gericht.

De Matochkin Sjar, de nauwe zeestraat die de twee hoofdeilanden van Nova Zembla van elkaar scheidt, is duidelijk zichtbaar.

De zeestraat verbindt de Barentszzee (rechts of de foto) met de Kara Zee (links of de foto) en kent een lengte van 100 kilometer. De breedte varieert, maar bij het smalste deel slechts 600 meter breed. De oevers zijn hoog en steil.

Vanwege het klimaat en omdat de diepte niet meer dan 12 meter bedraagt, is de zeestraat het grootste deel van het jaar volledig gevuld met ijs.

Franz Josefland


Frans Jozefland bestaat uit een groep van in totaal 192 eilanden en ligt ten oosten van Spitsbergen (Svalbard) in de Barentszzee. De rotsen van Franz Josefland bevatten in tegenstelling tot die van Spitsbergen en Nova Zembla geen sedimentaire gesteentes, maar zijn van vulkanische oorsprong.
De eilandearchipel maakt bestuurlijk onderdeel uit van de Russische oblast Archangelsk.

Deze raadselachtige stenen bollen op het Champ-eiland van Franz Josef Land worden beschouwd als de producten van concretie, niet oude aliens of verloren beschavingen.

Bereneiland


Bereneiland lig ongeveer halverwege tussen Hammerfest (Noord-Noorwegen) en Spitsbergen. Het maakt bestuurlijk deel uit van Spitsbergen (Svalbard Archipel).

Gerrit van der Veer maakt tijdens de expeditie van Willem Barentsz in 1596 gewag van dit eiland, waaraan Barentsz de naam Veere-eiland zal geven.

Het eiland heeft op de kaart de vorm van een driehoek, waarbij de punt naar het zuiden wijst. De afstand noord-zuid is ongeveer 20 km., terwijl de grootste breedte west-oost 15 km. bedraagt. Daardoor is het eiland niet veel groter maar wel veel hoger dan het nederlandse waddeneiland Texel.

Aan de noordkust ligt het weerstation van Herwighamna, waar zich ook een kleine haven bevindt. Behalve de bemanning van het noorse weerstation, kent het eiland geen vaste bewoners.

De bodem van het Bereneiland bestaat uit sedimentair (afzettings-)gesteente en is laagsgewijs opgebouwd.

Het noordelijke deel van het eiland is vlak laagland, dat slechts 30 tot 40 meter boven het zeeniveau ligt. In dit gebied liggen ontelbare ondiepe meren en meertjes.

Het diepste meer is het zuidelijk gelegen Ellasjøen met een diepte van 35 meter.

Het oostelijk en zuidelijk deel van het eiland is bergachtig te noemen.

De hoogste berg is de Miseryfjellet met drie toppen: de Urd (536 meter hoog en daarmee de hoogste top), de Vardande (462 meter hoog) en de Skuld (454 meter hoog). De toppen zijn vernoemd naar drie nonnen uit de noordse mythologie.

Op de foto zijn duidelijk drie sedimentlagen te onderscheiden: De bovenste laag is gevormd in het Trias (geologisch tijdvak), de middelste laag, die een vrijwel loodrechte wand vormt, bestaat uit kiezelachtige rotsen terwijl de laag eronder is gevormd in het Late Devoon.

De berg op de zuidpunt van Bereneiland wordt Fuglefjellet (vogelrotsen) genoemd.

Op de richels van de steile kliffen nestelen duizenden vogels.

Op de foto is een kolonie Zeekoeten te zien.

Behalve Zeekoeten zijn er ook Papegaaiduikers, verschillende soorten meeuwen, eenden, parelduikers en sneeuwmussen.
In de herfst is Bereneiland een belangrijk rust- en fourageergebied voor de ganzen, die vanuit Spitsbergen zuidwaarts trekken.

Bovenop de Fuglefjellet (vogelrotsen) in het zuiden zijn er turfafzettingen die enkele meters dik zijn. Zij steken boven de ijskernen van de permafrost uit. Deze gras (veen) zoden zijn ongeveer 9000 jaar oud.

De kusten zijn in dit deel vrij stijl met hoge kliffen.

Hier en daar zijn met name aan de noordkust een paar zandstrandjes te vinden.

Er komen op Bereneiland ook karstverschijnselen voor, zoals grotten en ondergrondse rivieren. Deze bevinden zich in het zuiden, in het Ymerdal en in de rivier Jordbruelva (vertaald: aarde-brug-rivier).

Er zijn natuurlijke voorraden aan steenkool en galeniet (looderts) gevonden op Bereneiland. Van 1916-1925 was er een kolenmijn in bedrijf met de naam "Tunheim". De mijnbouw was echter onrendabel en werd daarom gestaakt. Een aantal resten van huizen en een mijnspoorlijntje zijn een stille herinnering aan die tijd.

Het eiland heeft een tundraklimaat met een relatief gematigde temperatuur in de winter. Daarom komen er in tegenstelling tot de eilanden van Spitsbergen geen gletsjers voor.

Januari is de koudste maand, met een gemiddelde temperatuur van -7° Celsius. Juli en augustus zijn de warmste maanden, met een gemiddelde temperatuur van 4,4° Celsius en 4,5° Celsius.

Met een gemiddelde neerslag van 350 mm per jaar mag Bereneiland een droog gebied genoemd worden. Daarnaast is er veel wind en mist.

De poolnacht begint op 8 november en duurt tot 3 februari. De middernachtzon schijnt van 2 mei tot 11 augustus.


Op de foto de klifkust van de zuidpunt (Stappen met een hoogte van 186 meter) van het Bereneiland.


Finnmark


Finnmark is de naam van de meest noordelijk gelegen provincie van Noorwegen.


De grens tussen Noorwegen en Rusland wordt over een lengte van 35 kilometer gevormd door de diepste geul in de grensrivier de Jakobselva. In de onderste loop van 20 kilometer van de rivier is deze sterk meanderend.

Door Noorwegen en Finland is in 1924 vastgesteld dat de grens de diepste geul in de rivier de Jakobselva zou volgen. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog moest Finland dit grondgebied afstaan aan de Sovjet-Unie (Rusland).

Om erosie van de westoever tegen te gaan en de diepste geul zoveel mogelijk op zijn plek te laten of er in ieder geval voor te zorgen dat de diepste geul zich niet in westelijke richting zou verplaatsen werd er in 1952 door de noorse regering besloten de westelijke rivieroever te stabiliseren. Dit was geen gemakkelijk karwei omdat de rivier erg ontoegankelijk was. Het gehele werk werd pas in de jaren zeventig voltooid. De "stabiliserende" maatregelen aan de noorse zijde zorgden ervoor dat de riviergeul zich op sommige plaatsen naar het oosten verplaatste. Deze "Schade" werd door de Russen in 1990 "hersteld". Sindsdien blijven de Russen werken aan erosiebescherming aan de oostzijde van de Jakobselv. Voor de noorse regering ontbreekt alle prioriteit voor vergelijkbare ingrepen.

Karelië



Het huidige republiek Karelië is een deelrepubliek van Rusland. Het ligt in het noordwesten en grenst aan Finland. Het grootste deel van het huidige Karelië beslaat het historische gebied Karelië. De hoofdstad van Karelië is Petrozavodsk.


Murmansk en Kola schiereiland


De oblast Murmansk is een bestuurlijke eenheid in het noordwesten van de Russische Republiek. Het ligt aan de Barentszzee en grenst in het westen aan Noorwegen en Finland en in het zuiden aan Karelië.

Het ligt ten noorden van de Poolcirkel, maar het heeft ondanks deze ligging door de invloed van de Warme Golfstroom toch nog een relatief mild klimaat. Wel zijn de winters donker en blijft het zomers heel lang licht.

Het landschap is heuvelachtig en kent als hoogste gebergte het Chibinen-massief.

Primordial nature of the Arctic each year attracts thousands of tourists to the territory of the Kola Peninsula, three quarters of which is forested. Every year up to 15 thousand people come to the protected areas of the region. This year, experts estimated the interest in this area in the Murmansk region increased by 10%. A special place in the tourist visits to the area list is established by the Government in 2014. The natural park “Fishermen and Middle Peninsula.” For the season 2015 the park was visited by more than 8000 tourists from Russia and abroad, according to the results of 2016 it is expected that the number of visiting Rybachy Peninsula and Middle exceed 10 thousand people. Competition for the best tourist destinations among the most popular forms of recreation in 2016 was organized by the popular magazine National Geographic Traveler. Online voting for the various categories held until November 6, 2016. Internet-resource: http://www.murmantourism.ru/


Siberië

Siberië Algemeen


Siberië is een gebied dat behoort tot de Russische Federatie en gelegen is tussen het Oeral gebergte en de Grote Oceaan, in het noorden van Azië. Het gebied ligt bijna geheel ten noorden van de 50e breedtegraad en grenst in het noorden aan de Noordelijke IJszee.

Het reliëf bestaat uit drie delen. De West Siberisch laagvlakte in hoogte variërend tussen nul en 200 meter; het Centraal-Siberisch plateau in hoogte variërend tussen 200 en 2.000 meter; het Oost-Siberisch bergland met een doorsnee hoogte van 2.000 meter.

Bijna alle rivieren voeren hun water af naar de Noordelijke IJszee.

In het overgrote deel van Siberië heerst een Continentaal klimaat.
Het uiterste noorden kent een poolklimaat: in twee gordels zowel een sneeuw- als tundraklimaat.

Siberië kent dan ook verschillende vegetatiezones.

In het uiterste noorden groeit in het sneeuwklimaat helemaal niets. In de wat meer zuidelijke gordel groeien vooral mossen en lage struiken op de tundra.
Daar waar het in de zomer een maand lang warmer wordt dan 10° Celsius kunnen naaldbomen groeien. Het grootste deel van Siberië behoort tot deze klimaatzone. Er zijn zeer uitgestrekte naaldbossen die taiga's heten.
In wat meer zuidelijker streken waar het in de koudste maand niet kouder wordt dan -3° Celsius kunnen ook loofbomen groeien. Hier verandert de taiga langzaam in een gemengd woud.
In het uiterste zuiden van Siberië bevinden zich nog enkele steppegebieden.

Bijna alle rivieren in Siberië voeren hun water af naar de Noordelijke IJszee. Dit leidt in samenhang met het heersende koude klimaat in het noorden tot grote complicaties.

De bovenlopen van de rivieren liggen in de zuidelijke gebieden. Daar treedt langere tijd dooi op en smelt het aanwezige ijs. Ook valt daar in zomer neerslag in de vorm van regen.

In de gordel langs de Noordelijke IJszee, waar de rivieren in uitmonden vriest het meer dan 240 dagen per jaar. Dit heeft tot gevolg dat de mondingen van de rivieren het overgrote deel van het jaar door ijs worden geblokkeerd.

Het dooiwater (en regenwater) vanuit het zuiden zorgt voor grote complicaties in de middelloop van de rivieren. Het water kan niet verder stromen, vanwege de blokkade van het ijs in het noorden. Hierdoor ontstaan er grote overstromingen. De bodem is er permanent bevroren, waardoor het overtollige water niet in de grond kan wegzakken. Er ontstaan daardoor uitgestrekte moerassen.

Door deze complicaties kunnen deze rivieren nauwelijks als transportweg fungeren. Transport van goederen van en naar Siberië vindt dan ook vooral plaats over de weg, met het spoor of door een pijpleiding.

Sommige rivieren worden tot de grootste van de wereld gerekend, zoals de Ob, de Jenisej en de Lena. Ook de Olenjok en de Indigirka zijn grote rivieren.


Oeral gebergte

Algemeen


Het Oeral gebergte ligt in de republiek Rusland en loopt van noord naar zuid. Het gebergte wordt als grens tussen het europese en het aziatische deel van Rusland beschouwd.

Met een lengte van cica 2.500 kilometer is de Oeral het langste gebergte van Europa. De breedte varieert tussen 40 en 150 kilometer.

Het gebergte strekt zich uit van de steppes nabij Kazachstan tot aan de Noordelijke IJszee.

Het eiland Vajgatsj en de eilanden van Nova Zembla zijn een voortzetting van het gebergte in de Noordelijke IJszee.

Het oeral-gebergte is in 5 zones onder te verdelen. Dat zijn van noord naar zuid:

De Mugalzhar in Kazachstan wordt soms als zuidelijke uitloper van de Oeral beschouwd.

Als noordelijke uitloper is dat de Paj-Choj bergrug.

Arctische of Polaire Oeral


De Arctische Oeral begint ten zuiden van het heuvelachtige Paj-Choj-Gebergte, ten zuiden van de Karazee, bij de Konstantinov Kamen (Konstantinov steen berg), die een hoogte van 492 meter bereikt. De Polaire Oeral-zone eindigt bij de rivier de Choelgi (Khulga rivier), waar de Subarctische Oeral begint.

Het is een sterk bergachtig gebied dat meerdere bergpieken heeft boven de 1000 meter. De hoogste berg is de Pajer (1472 meter hoog) in het Sobski massief.

De Arctische of Polaire Oeral wordt ook wel Samojeedse Oeral genoemd. Hiermee wordt het gedeelte van de Oeral aangeduid dat ten noorden van de 65e Breedtegraad ligt.

Op de foto de Pajer, de hoogste berg van de Polaire Oeral met 1472 meter.


Subarctische of Subpolaire Oeral


De hoogste top is met 1894 meter de Narodnaya in het noorden.

Noordelijke Oeral


Centrale of Midden Oeral


Zuidelijke Oeral


The Ural Mountains extend about 2,500 km (1,600 mi) from the Kara Sea to the Kazakh Steppe along the northern border of Kazakhstan. Vaygach Island and the island of Novaya Zemlya form a further continuation of the chain on the north. Geographically this range marks the northern part of the border between the continents of Europe and Asia. Its highest peak is Mount Narodnaya, approximately 1,895 m (6,217 ft) in elevation.[1] Yugyd Va National Park By topography and other natural features, the Urals are divided, from north to south, into the Polar (or Arctic), Nether-Polar (or Sub-Arctic), Northern, Central and Southern parts. Polar Ural The Polar Urals extend for about 385 kilometers (239 mi) from Mount Konstantinov Kamen in the north to the Khulga River in the south; they have an area of about 25,000 km2 (9,700 sq mi) and a strongly dissected relief. The maximum height is 1,499 m (4,918 ft) at Payer Mountain and the average height is 1,000 to 1,100 m (3,300 to 3,600 ft). The mountains of the Polar Ural have exposed rock with sharp ridges, though flattened or rounded tops are also found.[1][4] Nether-polar Ural The Nether-Polar Ural are higher, and up to 150 km (93 mi) wider than the Polar Urals. They include the highest peaks of the range: Mount Narodnaya (1,895 m (6,217 ft)), Mount Karpinsky (1,878 m (6,161 ft)) and Manaraga (1,662 m (5,453 ft)). They extend for more than 225 km (140 mi) south to the Shchugor River. The many ridges are sawtooth shaped and dissected by river valleys. Both Polar and Nether-Polar Urals are typically Alpine; they bear traces of Pleistocene glaciation, along with permafrost and extensive modern glaciation, including 143 extant glaciers.[1][4] Northern Ural The Northern Ural consist of a series of parallel ridges up to 1,000–1,200 m (3,300–3,900 ft) in height and longitudinal hollows. They are elongated from north to south and stretch for about 560 km (350 mi) from the Usa River. Most of the tops are flattened, but those of the highest mountains, such as Telposiz, 1,617 m (5,305 ft) and Konzhakovsky Stone, 1,569 m (5,148 ft) have a dissected topography. Intensive weathering has produced vast areas of eroded stone on the mountain slopes and summits of the northern areas.[1][4] Middle Ural The Central Ural are the lowest part of the Ural, with smooth mountain tops, the highest mountain being 994 m (3,261 ft) (Basegi); they extend south from the Ufa River.[4] Southern Ural Main article: Southern Ural The relief of the Southern Ural is more complex, with numerous valleys and parallel ridges directed south-west and meridionally. The range includes the Ilmensky Mountains separated from the main ridges by the Miass River. The maximum height is 1,640 m (5,380 ft) (Mount Yamantau) and the width reaches 250 km (160 mi). Other notable peaks lie along the Iremel mountain ridge (Bolshoy Iremel and Maly Iremel). The Southern Urals extend some 550 km (340 mi) up to the sharp westward bend of the Ural River and terminate in the wide Mughalzhar Hills.[1]

waarmee deze de toendra van de Arctische Oeral wilde onderscheiden van de meer gematigde Noordelijke Oeral, waar wel begroeiing is. In het zuiden groeien echter wel onder andere taigabossen.

Het gebied heeft een poolklimaat , met temperaturen tot -54°C. Door inversielagen kan de temperatuur in de bergen soms echter wel 15-25°C hoger zijn dan in de (river)valleien. Van oktober tot mei heeft het gebied te maken met sterke winden die snelheden kunnen aannemen van meer dan 15 m/s (sneeuwstormen zelfs 60 m/s).


Ecuador

Algemeen


Ecuador is een republiek dat in het noordwesten van Zuid-Amerika ligt.

Het land is genoemd naar de evenaar die over het land loopt. De hoofdstad Quito ligt net ten zuiden van de evenaar.

De grootste stad is Guayaquil, dat aan de Stille Oceaan is gelegen.

In San Antonio, dat 26 kilometer noordelijker is gelegen is de plek waar de evenaar de aarde in een Noordelijk en Zuidelijk Halfrond deelt. De ligging is in 1736 bepaald door een franse geodetische missie.

Bij latere, meer nauwkeurige metingen met GPS, blijkt de denkbeeldige lijn echter 240 meter verderop te liggen.


Geografie in de actualiteit

Algemeen


Het is mijn bedoeling om op deze plek geografische kennis over onderwerpen in de actualiteit te delen.

Daarbij zal ik ook een aantal wetenswaardigheden vermelden.



Antarctica


Op 12 juli 2017 is er een hele grote ijsplaat afgebroken van Antarctica. De ijsplaat is ongeveer 6.000 vierkante kilometer. Dat is ongeveer net zo groot als de provincies Drenthe en Overijssel samen. De plaats is afgebroken van de zogenaamde Larsen C-ijsplaat en ligt in de Weddell Zee aan de oostzijde van het Antarctisch Schiereiland. Dergelijke ijsplaten zijn de drijvende uiteinden van gletschers, die wel twee honderd meter dik kunnen zijn.

De eerste grote scheur van het afgebroken stuk verscheen een paar jaar geleden. Sinds januari 2016 werd de scheur snel langer en breder. Het nu afgebroken stuk weegt een miljoen maal een miljoen ton en bevat ongeveer even veel water als het Ontariomeer in Noord-Amerika. De afgebroken ijsplaat zal uiteindelijk smelten. Dat duurt jaren, maar gaat sneller als de plaat verbrokkelt en/of in het relatief warme water van de zuidelijke Atlantisch Oceaan terechtkomt.

De zeespiegel zal door het afsmelten van de plaat niet direct stijgen maar er zijn mogelijk wel indirecte gevolgen. Zolang de ijsplaat nog vastzat had dat een remmende werking op de achterliggende gletscher. Nu er een deel van de weerstand is afgebroken kan de gletscher sneller gaan stromen en meer ijs naar zee brengen, wat wél bijdraagt aan de stijging van de zeespiegel.


Zimbabwe


Zimbabwe is een republiek dat gelegen is in het zuidelijke deel van Afrika. Het land telt 14 miljoen inwoners, waarvan er 3 miljoen in en rond de hoofdstad Harare wonen.


De noordgrens van Zimbabwe wordt gevormd door de rivier de Zambezi. Deze rivier is met 2.660 kilometer de vierde in lengte van Afrika. Zij ontspringt in Zambia en stroomt via Angola terug naar Zambia. Vanaf de beroemde Victoria watervallen vormt de Zambezi de grens van Zambia en Zimbabwe. Via Mozambique mondt zij uit in de Indische Oceaan.


In de negentiende eeuw werden er vanuit Europa regelmatig expedities gehouden naar het tot dan toe onbekende afrikaanse continent. Één van hen was de missionaris Dr. David Livingstone, die de voornaamste rivierroutes in Afrika wilde vinden. Dit met als achtergrond om de handelsgoederen vanuit Europa gemakkelijker naar de binnenlanden te kunnen vervoeren. Tegelijkertijd zou daarmee het christendom verder worden verspreid en de slavenhandel worden tegen gegaan.

In 1854 verkende Livingstone de bovenstroom van de rivier de Zambezi. In 1855 vertrok Livingstone vanuit Linyanti (gelegen in het huidige Botswana) met een expeditie stroomafwaarts van de Zambezi, waarbij hij de Victoria watervallen bezocht. In 1856 werd de havenstad Quelimane in Mozambique bereikt.


Bali, uitbarsting van de vulkaan Agung



Bali is één van de eilanden binnen de Republiek Indonesië. Het ligt direct oostelijk van het eiland Java met de hoofdstad Jakarta (onder nederlands bewind Batavia en vanaf de onafhankelijkheid in 1945 tot 1972 Djakarta genoemd).

De eilanden Sumatra, Java, Kalimantan (Borneo) en Sulawesi (Celebes) vormen samen de Grote Sunda-eilandengroep. Tot de Kleine Sunda eilandengroep (Nusa Tenggara) behoren onder andere: Bali, Lombok, Sumbawa, Sumba, Flores en Timor.


Indonesië ligt in een geologisch actieve regio. De australische continentale plaat schuift er onder de euraziatische plaats. Deze subductiezone loopt van het eiland Sumatra via Java, Bali door tot de Molukse eilandengroep (maluku). Door de botsing van deze twee continentale platen komen er in dit gebied veel aardbevingen voor, welke gepaard kunnen gaan met vloedgolven (tsunami's).

Langs deze breuklijn, die Sunda breuklijn wordt genoemd, bevinden zich een aantal grote vulkanen, die nog regelmatig aktief zijn, zoals de Toba, de Tambora en de Krakatau. De Agung op het eiland Bali ligt ook in deze keten van vulkanen.


De Agung is meer dan 3.000 meter hoog. Sinds september 2017 is de vulkaan onrustig, wat in november 2017 leidde tot een eruptie met enorme 6 kilometer hoge aswolken. Een magmatische uitbarsting is tot dusver uitgebleven maar is zeer denkbeelding.


Bali ligt in de klimaatzone van het tropisch regenklimaat. De natuurlijke vegetatie bestaat uit tropische regenwouden. Vanwege het vulkanisme is de vruchtbaarheid van de bodem op Bali zeer hoog. Samengaand met hoge temperaturen en veelvuldige neerslag zorgt dit ervoor dat er uit de landbouw grote opbrengsten worden behaald. Het grootste deel van het eiland is dan ook in gebruik als landbouwgebied.


Met name de rijstteelt is een belangrijke bron van inkomsten. Dit gewas wordt verbouwd op terrassen, de zogenaamde sawa's, die met water worden bevloeid (irrigatie). Andere landbouwproducten zijn koffie, kruidnagel, rietsuiker, kokos, cassave en allerlei vruchten.


De hoge opbrengsten uit de landbouw maakt een hoge bevolkingsdichtheid mogelijk. Er wonen 3,5 miljoen mensen op het eiland en de bevolkingsdichtheid is 1,5 keer die van Nederland.


Begrippenlijst